woensdag 15 april 2015

XXXIII

koud lig je,
rot je
jouw verwoording gist

de stank is niet te harden
als ik ben verzonken in jouw aarde

wormen vormen een bestaan
herinnering met wervels:
jij vergaan                 nog
                                  steeds

ouder worden lukt je niet,
erger
dan weer wel

(S.C.)

dinsdag 14 april 2015

Diepte

tijdens diepte
gaan je woorden klimmen
valt het vallen uit elkaar

een overmorgen gluurt
vanuit je ogen, rimram kantelt
uit je mond steeds witter
wordt de klemtoon op je angst

geluidsdicht
is de tijd die nu verloren gaat

oorverdovend je gelaat

op tonen van een traan
vormt zich een vlakte

gewist ontluikt in jou een mens

(S.C.)

JiJ

Jij, jouw wegen en jouw grond
verlegd
in mij
jouw bochten
hand in hand

ik wou dat ik je sturen kon
mijn vingers in jouw dromen vond
en stond
waar ik verdwaal

in liefde die de pijngrens is
in leugens die de waarheid zijn

jij beide,
ik de rest

(S.C.)

woensdag 8 april 2015

Val

Uit je gezwindheid lekte twijfel,
stilstaand water uit een wilde stroom
je harses werd snel nat, je voeten -
middenin een eindsprint - sloegen moe
de handen in elkaar. Je viel

Je viel in stilte
in de buik van zwangere monden

Je viel om      en
Je viel op

Je viel tot je in herhaling viel

Ik kom

(S.C.)

donderdag 2 april 2015

Zerk

de kracht, gedachtenbries
ontstoken
slaapzand, kamerlicht
verbrand

ik wandel
door een landschap zonder grond
een leegte
met een aarden dop

veel wortels voelen me
gaan voor leven over lijken
dat van mij
en mijn verstand

de dood kroont zich tot kiem:
een bodem lonkt

(S.C.)