maandag 26 september 2016

Getiteld gedicht (IX)

De stem heeft me
betreden
tussen twee verwarmde oren 

Praat te veel gespleten,
in gedimde taal
Ze heeft geen bloemen bij
wel klamme klank 

Een vuist kan ze niet spellen, 

Lijkkleur, lood
en leegte wel; 

hangjongeren
die ze van haar tongval in
mijn mond doet glijden

Tot medicijnballetten zwetend
aan de lippen staan 

(S.C.)

maandag 22 augustus 2016

Overtoom

Waar zwelt de brug,
De overtoom?
Er kruipt tijd in doven (schaaft
De knieën en de wreven)
Worden wurmt zich tussen licht en nacht
Wit gaat naakt, gedurende verlamt
Waar stollen stappen
Staan ze tussen-
Tijds en val
De dieperik ontwaakt en zet schedels op een kier
Daar gaat de vlucht de brug te ver
zijn weg

(S.C.) 

Cin & Seb (I)


zaterdag 30 juli 2016

Wit

Je wacht en je wacht niet
Je bent
En bent er niet

Ligt altijd onder

Je bent stil en louter
Bent het noodlot van het woord

Naakt
Het zwarte gat

En zoveel minder

(S.C.)

Amor

Is zij de witte vlek,
Het bijbelbrede landschap
In het zwart
Met stip aangeduid, de blinddoek
Die zich door de eigen vingers ziet

Ze komt (te pas)langs
In verschillende gedaanten

Ongegrond
Plakkerig vaak, met scheurbuik-
Anemonen
Met dezelfde naam
Als ‘t puin van gisteren
Dat stilletjes door de wervels kruipt

Mocht ik haar kennen
gaf ik ‘r de bons terug
En maakte ik de mondvol leeg
Door niet meer kruiperig, belazerd
uit haar hand te eten

(S.C.)

zaterdag 9 juli 2016

Marges I & II



Meerzaamheid VII

Grauwgrijs
teruggekrabbeld
Naar beiden dood zijn
Op gelijke voet. In nacht getuimeld
In de nissen van het
Licht
Zijn we de dans-
Pas aan de hak de handafdrukken
In het haar, lak hebben we
Aan het motief van zwart
Gebrek
         Een keerzij van het graf
En overvloed
         Gevloerde drommen dromen
Vloeien in de spiegel samen(-

Zweer)

(S.C.)

Meerzaamheid II, III, IV, V & VI