dinsdag 31 maart 2015

Lach Na Laag


Echo

ik ben toegekend
moe genoeg geweest
volrot

vandaag ben ik dood-
wakker
de blik - zelfs zonder bril -
hield lelijk huis: niemand bleef
iemand had geen tijd
en jatte licht en donker

niemand bleef
noch mijn naam

zegt iemand
iets: mijn naam

(S.C.)

maandag 23 maart 2015

Oude Brief XIII

hoe je tevoorschijn komt
verborgen
vaag vertrokken
stil

maakt giswerk en vermoedens
schreeuwerig, de mist die je zaait
glashelder

veel meer dan naam, gezicht en billen
ben je minstens, veel en scherp

de wereld,
wij in meervoud
en fantoompijn in verloren tijd

door liefde ging je

doch door stilte
nooit voorbij

(S.C.)

vrijdag 20 maart 2015

Thuisvont


Zoals

zoals men voor de vrede vecht
gaat men vreemd uit liefde

zoals men schreeuwt om stilte
doodt men om een moord

zoals ook voor niets een woord bestaat
betaalt men armoe cash

zoals alles draait
valt alles stil

ik denk dat - daar
ik er nog niet aan denk
dit alles te vergeten -

ik voor de dood blijf leven

(S.C.)

...en de tijd met hen

afgesloten en-
zoverder

dicht

hersendood geleefd
op slot
de toekomst ouder(-)
dom in tijd

we wieden onkruid
tussen twee gedachten

planten suikerklontjes
in de plaats

we worden wijzer

pisterenners rond de twaalf

(S.C.)

woensdag 18 maart 2015

Ineen's

dicht: twee gedaanten bloot
de leeslamp in het achterhoofd
gedoofd de handen tastend
door de aderpaal gestuurd
van jetje allerhande warmtes
verder, verder tot net ver genoeg
we drijven, hijgen uit de liefde
zielen both bezweet de kamer
ruilt haar rood voor ruimte
de voldoening maakt de één
een twee één namen
twee alleen
ineen

(S.C.)

donderdag 12 maart 2015

Lost Highway (Poging II)

fluisteren haar lokken zwart of blond
of huist in haar karakters halverwege
een gestalte met vier borsten?

tegelijk herstelt een waas, naam man
een aantal wagens
pogende hun weg te repareren

een geroosterd beeld
ontwaart een driehoek zonder punten
die haar en hem en hen
in tijd om tijd bedrieglijk verbinden

ziel, inzicht en verbeelding hullen
zich in vingerwijzende pupillen
op een glad, lijkwit gezicht

het beeldscherm toont met klem en
tegelijk onzeker
dat de rit een keerweg zonder einde is

dan, wanneer dan juist en dan
eens toen, dat wordt -gelukkig maar-
nooit duidelijk

(S.C.)