dinsdag 4 augustus 2015

Tobbedoos

er zullen nachten zijn
die dagen duren

zon zal zonder wending
of ontploffen dromen zijn –

hobbelig, langdradig
zonder rode draad –

staat vast: het donker krijgt de bons:
te licht bevonden,
ondermaats
en dom (zwart kan niet tellen)

tijdens zulke nachten zal het middag zijn
tot slot onafgebroken

in de bovenkamer waar de wakkere slaapt
de derde deur links
in de slakkengang

(S.C.)

donderdag 30 juli 2015

Buikgevoel

Je bent
en daarmee uit
fervent en aangeboren. Zelf
Jouw zelfkant is mijn binnenkant,
oprispend en de buitenkant is land
luilekker, zand verwarmd. Je bent ook
als je nog niet bent, verwend, ik arm
in armen: dragen kan ik niet verdragen
Met de ogen dicht houd ik je dicht
dichtbij, rijk misselijk beticht
niks wordt verteerd

(S.C.)

maandag 27 juli 2015


(On)beschreven


Spiegellucht

Door de glazen deur
zag ik mijn spiegelbeeld
Ik liet haar binnen, wie ben jij?
Mijn hebben of ikzelf?

Heb je iemand mee
of kwam je in mijn eentje?

Ja dat dacht ik al: alleen ontwaken,
lippen zwetend van de droogte
Niemand die me aankijkt nog, behalve wij,
een ziel en tweelingzus: de leegte

Liefde heeft haar beeltenis geruild
voor doofstom licht, we kijken naar elkaar
en zien: hier niets te zien

Denk je mee naar lucht
in mond op mond? (wij toen nog
met z’n vieren)

In elkaar herinneren
vinden we misschien een tweede adem
wel (wie niet?)

(S.D.S. & S.C.)

woensdag 22 juli 2015

Anatomie (van de weerzin) (II)

ik ben geboren zonder vleugels
zonder zomer
noch lichtblauw

het kind in mij vergrijst me
en bouwt zandkastelen in mijn mond

ik braak ze op de jurken uit van
schonen, schonen die de avond moeten zijn

ik noem ze schatje
met de buik vol ijzeren vlinders

(S.C.)

Oude brief (X)

honger op de keien
zoetigheid die lopen ging en dekens
die opnieuw de geur van zeep prediken
sindsdien zien we
wat we niét zien is te dag na dag,
te af en toe de liefde die nog smeult, de ogen
waarvan jij en ik de tranen zijn,
het toen dat zo hardnekkig nog het nu is
en de mond van ons verdriet, ze bloedt

gedane zaken nemen keer op keer
de afstand tussen ons te grazen

(S.C.)

vrijdag 17 juli 2015

Zomer (II)

warmte gonst
en wolken luieren in
klam blauwe lucht

de zomer brengt ons
sexy smoesjes, lol statistisch
en vers vrouwelijk fruit
zoet speels en uit de schil

geen plaats voor aarzeling
misschien behoort de winter toe,
de jurkjes zijn nu baas

ze spreken woordeloze taal,
die van de blik, de vangst
en klaar

de helderheid loopt in de zon te stinken
maar mooi oogt het wel

(S.C.)

donderdag 16 juli 2015

Liefde (V)

was de liefde
bang

dan liep ze
op de klippen niet

(S.C.)