zondag 17 mei 2015

Geboorte

je was al oud
toen je geboren werd

zonder wijn
en vijftig jaar

je bleek mijn vader
na de koetjes en verloren kalfjes

het verleden legde alle lekken
in de bloedband bloot

en koos ervoor een zoon
te splitsen

in leuk weerzien, zon en
onverschilligheid

(S.C.)

zaterdag 16 mei 2015

Verjaardagen

verdwijnen wil ik wel
wegebben niet

toch zak ik in je schoenen,
staat het gros van mijn gezicht
al buiten jouw vizier

je ziet mijn onderlip
en ongepoetste tanden nog
mijn adem zorgt alleen voor kou

je ruilt wol en warmte voor
begrafenis, mijn lichaam
baar je in verloren tijd

oud worden kan ik niet, alleen verjaren

(S.C.)

dinsdag 12 mei 2015

Lang leve de weg

langs de weg vertoef ik
in de marge blijf ik klein
en nietig, de passanten groot
met karrenvrachten liefde
na de bocht vervallen

monden razen me voorbij
en files met de ware claxonneren

mijn twee oren worden schelpen
en mijn ogen tollen bij dit loopse goud

niemand die wil stoppen,
ook de tijd zit al in vijfde, remmen zal ze niet

alleen mijn sterfelijkheid vertraagt
en biedt een lift aan naar de allerlaatste bocht

(S.C.)

Wie weet

ik weet niet
of jouw glimlach
neerslag uit mijn kassen hoest
dan wel deze
die ik in gedachten mets

weet je, niets
is zo beklemmend, niets
is een serpent

beul en mes zijn stilte,
mensenlippen waan

ik weet niet
of je dit wel weten wil
of kan

wie weet
wie van ons beiden dat nu denkt

als jij het bent,
laat me dan iets weten

(S.C.)

vrijdag 1 mei 2015

Zicht op zicht

I

Ik venster,
adem stenen

Ik schrijf stad
en stad bedoel ik

Is stad duidelijk?

Is
     s
     sta
     stad


II

Gent
neem ik met water in
om zes uur ’s morgens. Bang

Gent
ontwaakt vol gas
om kwart na negen. Bang!

Gent denkt me, doet me inzien

rouwt me tijdig,

klokvast
Pang!


III

hen
men:
lekke banden
kerkplein
markten, munten

ons kent ons
en ons zijn zij
en wij
en allen
in de eerste
            -en ook enige-
                        Persoon

(S.C.)

Nachtkarkassen II

als ik zie
mijn ogen
nacht me
dan     en
nacht me dicht
ik donker van verlangen
bid tot zwart en schaduw wit
van jou vannacht ik
dat, stel spiekers
liever dan die
bioscopen
van zout
water              open overdag
                           valavond ik

(S.C.)

Nachtkarkassen I

ogen,
monding van de droom
waar tijd en zonlicht rijmen,
waar ooit sterven
rijpt

blijf dicht,
verwijd niet    iris

knip het licht aan in de schedel
en verkas

hier tongen werelden
en worden goden mild

hier zijn woorden roder
en de tafelhoeken
rond

hier sneeuwt het ’s winters liefde

(S.C.)

woensdag 22 april 2015

Uiteen

geen belet,
brul nu maar
verdriet

geen mondklem
geen gewichten

enkel regen,
ex-hier en veel ziekte

draai nu stil de stilte om
en voel hoe jullie rug aan rug
een eenheid zijn:

uiteen

(S.C.)