woensdag 25 mei 2016

Gezichtsverlies (in twee wegwerpblikken)


















Model: Amber Werbrouck
Foto’s: S.C.

Getiteld gedicht (VIII)

Je bent geluid
Met sleet op, een verdwaalde vinger in de lucht
Een aanblik
Die piepende geluiden maakt

Het as glijdt steeds meer door mijn vingers
Bijna
Is het weg zijn weg of niet?
Voel ik op de schouders nu de traagheid van verdriet,
De koude valwind van verlies?
Vast zijn het nachtstrapatsen
Of verstrooiing – tegen
Alle wind in

Vast krankzin-
speel ik op mijn ruggeloze lood:
dat er leven is vóór de dood

(S.C.)

Getiteld gedicht (VII)

Geen nood dood
Verder
dan een blijk van leven
Kom ik niet

De diepte wordt onstuimig,
vrijt met haar gewicht
Ze likt mijn bitterheid –
Smaakt zoet – en aan het oppervlak
Geeft zij een kus

Ze draagt de horizon
Die wit in het onmeetbaar blikveld
Wegtrekt

Tot ik jouw gezicht er kan door zien

(S.C.)

Halfstok

Halfstok
Geboren
Aan de galg gewalgd

De huig kneedt zich met vieze vingers
Met het juiste been uit het verkeerde bed
Word ik betrapt

Vlekken neen
En schaduwzijden,
Wandelplassen

Hoeveel jaren duurt waarom
En hoeveel zwart heb ik van doen
Om blindheid in mezelf te zien?

Een stuk of leven of zijn gang
Ik zie het niet. Blijf bang

(S.C.)

dinsdag 3 mei 2016

Getiteld gedicht (VI)

Dan: daar sta je niet
Is het licht verblind door wat het niet kan zien
De vloedlijn in jouw ogen-
blik
Het tastfantasme van de vingers
Wie te raken?
Wie te zijn?
Vermoeden
Miskraam die het overleefd heeft
Het zijn vragen
Die je afvuurt voor het spiegelglas

Halfleeg

(S.C.)