Tombe
maandag 6 mei 2013
vrijdag 26 april 2013
Zo Va Zo Zoon
Het kind, de man verscheiden,
zijn rust ten voeten uit,
buigt het hoofd over geweerde tijden
De zin, het memento uit de schoot,
onder de gewelven van het kamerrood,
ligt onaangeroerd voltooid
En zij zijn nooit meer geweest dan één
in hun wereld, geweven en gescheiden
in mijden, ja zelfs schuilen naar verluid
Toch houdt de zoon de ogen dicht,
biddend dat het pad naar liefde openligt
Want in de dood, doorheen verzoening en geween
drijft het leven hen niet verder meer uiteen
(S.C.)
Ter nagedachtenis van D. Crusener, 18/01/1956 - 24/05/2012
Foto: Daniel Munteanu
Het kind, de man verscheiden,
zijn rust ten voeten uit,
buigt het hoofd over geweerde tijden
De zin, het memento uit de schoot,
onder de gewelven van het kamerrood,
ligt onaangeroerd voltooid
En zij zijn nooit meer geweest dan één
in hun wereld, geweven en gescheiden
in mijden, ja zelfs schuilen naar verluid
Toch houdt de zoon de ogen dicht,
biddend dat het pad naar liefde openligt
Want in de dood, doorheen verzoening en geween
drijft het leven hen niet verder meer uiteen
(S.C.)
Ter nagedachtenis van D. Crusener, 18/01/1956 - 24/05/2012
Foto: Daniel Munteanu
dinsdag 23 april 2013
maandag 22 april 2013
donderdag 18 april 2013
Zondagsuikersnaters
En we hebben, jij meer als ik,
waarheid gejamd op keus en later
leegte of verzuring, mijn snater
spuwt het telkens met een kick
En we komen, de mond zo vol van volheid
in de verrukking,
veel te laat maar bol van godheid
aan bij de mislukking
Hoe jij de tijd bekampt,
met délice, nooit met cijfers
gespijkerd aan de hand
zoals ik de werkelijkheid bevries
Hoe wij,
jij kwiek, ik (ietwat) ziek
de avond sluiten met een kus
en ik heen fiets
mijn donkere oorden tegemoet,
vol ijdele moed (het is toch iéts)
tot de afstand stuitert:
zij aan zij
zijn woorden te gesuikerd
(S.C.)
En we hebben, jij meer als ik,
waarheid gejamd op keus en later
leegte of verzuring, mijn snater
spuwt het telkens met een kick
En we komen, de mond zo vol van volheid
in de verrukking,
veel te laat maar bol van godheid
aan bij de mislukking
Hoe jij de tijd bekampt,
met délice, nooit met cijfers
gespijkerd aan de hand
zoals ik de werkelijkheid bevries
Hoe wij,
jij kwiek, ik (ietwat) ziek
de avond sluiten met een kus
en ik heen fiets
mijn donkere oorden tegemoet,
vol ijdele moed (het is toch iéts)
tot de afstand stuitert:
zij aan zij
zijn woorden te gesuikerd
(S.C.)
Je t'enmerde!
Ik heb jou nooit gevonden
niet in't mooi, niet in de wedden
of in hitte dat het lichaam snakt
In de inborst ongeschonden
was de nachtvorst niet te redden
en de naam al ijzig afgevlakt
Doorheen nood ben je verslonden,
want naast bloot in andere bedden
werd jouw minnen immer platgetrapt
Achter de leugen had je zorgen
doch voor het deugen ging je rennen
omdat de waarheid altijd tegenvalt
De angst hield jou verborgen
voor wie jou 't langst zou kennen
omdat de zachte zon de nacht vergalt
En vandaag rest enkel morgen
met geknaag dat niet kan wennen:
de dood in zwijgen uitgestald
(S.C.)
Ik heb jou nooit gevonden
niet in't mooi, niet in de wedden
of in hitte dat het lichaam snakt
In de inborst ongeschonden
was de nachtvorst niet te redden
en de naam al ijzig afgevlakt
Doorheen nood ben je verslonden,
want naast bloot in andere bedden
werd jouw minnen immer platgetrapt
Achter de leugen had je zorgen
doch voor het deugen ging je rennen
omdat de waarheid altijd tegenvalt
De angst hield jou verborgen
voor wie jou 't langst zou kennen
omdat de zachte zon de nacht vergalt
En vandaag rest enkel morgen
met geknaag dat niet kan wennen:
de dood in zwijgen uitgestald
(S.C.)
Lost my mind
but I don't care
Layne Staley
Abonneren op:
Berichten (Atom)



