dinsdag 2 september 2014

In blijde ver(w)achting

een man met nasmaak
houdt zijn vermoeidheid voor het licht,
bang schokkend

in de vrouw voor hem heeft hij pas zijn evenbeeld
gevonden

insgelijks
drupt van haar gesprongen onderlip

het paar zelfhaat kijkt elkaar hierbij vertederend in
de ogen

tot de zwangere liefde in de waarheid
zelf haar water breekt

(S.C.)


zondag 31 augustus 2014

J(olig) XIII

toch was niet onmogelijk
de mogelijkheid

de liefde stond gedekt met
zilveren beloftes
ik zag de glinsteringen, niet het overgangsmetaal
ik zag de kostbaarheid en niet wat het werkelijk kostte:
moeite

wie dan van ons twee stond achterin het keelgat
krampen te bespelen?

legden jij of ik te kwik de zwaktes in het eeuwig juiste bed?

mogelijks de som
want ik was snel, jij voor het leven

(S.C.)

zaterdag 30 augustus 2014

Gesloten

welwillend
heb ik mijn deur in twee
warm geoliede scharnieren laten
glijden

helaas schroefde ik hen
domweg vast aan beide
randen

(S.C.)

vrijdag 29 augustus 2014

J(olig) XII

wat was het ook alweer wat je niet
zei?

een geraamte is omhuld met klei,

ja, kneed hard genoeg mijn
kind
en je schept wat je verlangen uit haar bruidshoofd print
nu
of over zesentwintig dagen

niks heimelijk goochelende
warmte,
            laat me nu vooral niet klagen

ik kreeg mijn shot behagen,
            bekijks
            in alle kalmte

mijn lijf heeft zich tot de inborst laten kneden
tot het in jouw heden
al eens bleek gedragen

(S.C.)

donderdag 28 augustus 2014

Eén

vandaag,
niet alleen vandaag

overweeg ik
te proberen overwegen

beëindigt dit in mij de jaren van herdoen en
weder sterven? Misschien blijf ik wel samen
in mijn eentje

één is meer dan tweestrijd voor de spiegel,
twee is meer dan één te veel

(S.C.)

Died




het leven laat het leven
koud

ademhaling luistervinkt en hoort
hoe het hart almaar afgelegener
door haar steekwond pompt

luidkeels buldert toekomst om de zwarte pij
die ze zelf om haar mismaakte schouders heeft gelegd

ieder ogenblik, elk moment van wakker zijn
wordt omsingeld door woestijnen

niets staat weggaan in de weg,
ook mijn onbestaande voeten en
stoned bedacht verlangen niet

(S.C.)

dinsdag 26 augustus 2014

Vriend

ik ben de tafelhoek,

de vriend die armoe op
je dure bankstel morst

ik ben de natte mantel
die je kapstok voor het leven leent,

de ongenode gast
die zonder aanloop in je vijver springt

ik ben de dakhaas
die je vinger neemt en breekt,

een storm die je beter in de wind kan slaan

(S.C.)

Les

weder kijk ik koeien in de wei
ze bloeden honger

enkel in mijn hoofd wordt nachtenlang
gegraasd,
herkauwen dromen dolletjes hun zelf gezaaid bedrog

vader zei nog - toen zijn mond al was gestorven:
zoon, van denken ga je dood,
neem mij nu:

de angst me van ziel in jou te vergewissen
had me de stoppels van de galg doen voelen

nu slaap ik vast
en neem daarvoor alle tijd
die je samen met mijn as verstrooide

(S.C.)

J(olig) XI

vlucht
maar neem geen lifters mee 

verdwijn
maar laat het afscheid langer dan het
leven duren 

verdamp
maar besla mijn vensters niet met
liefde zonder pols

laat me vallen
zonder dat herinnering aan jou mijn
val doet breken 

laat me staan,
opnieuw, ik ben te kruiperig
en verlamd

ga lopen
weer je niet, ik been je niet meer bij
ik was al afgelopen, 

om,
voorbij 

(S.C.)

maandag 25 augustus 2014

Onderbreking

Leven onderbreekt eeuwigheid
voor even. Behaagziek en met zon-geel oxygeen
vouwt zich een parallelle leegte open 

Een zelfde gat gaapt waarin verlangen vaste grond en zin
verzint. Onsterfelijkheid strooit er liefde in de ogen,
we houden vast in houden van teneinde niet in de
mijnschacht van de eenzaamheid te vallen 

Een zelfde eind aan iedere droom – ontwaken – haalt
me dagelijks bij mijn droomvrouw weg, doet alle zinloosheid
in pilvorm stollen en dat dag na dag 

God hebbe ik zelf mijn ziel voor u mijn
doodsdrift onverbiddelijk voorbij kan snellen 

(S.C.)