vrijdag 19 december 2014

Splitsing

de heildronk
waarin verstikt zijn: wij
en ik

de nederlaag
van twee winnende partijen

de één drinkt uit de beker,
proeft de wereld en bestaat ineens

de twee zijn onverenigbaar en worden
in hun vormloosheid gegoten

wij,
deel me
en ik word de ander

(S.C.)

Naam

mijn naam staat op een kiertje
tocht het als ik heet, aangesproken
of vernoemd word?

je (ge)looft mijn ogen niet
maar kijk: ik spreek, klink vol en scheur
daarbij de blinddoek rond je oren

noem me nooit
                   en
noem me om het even

anders  ben  ik  niet
                    ik
             ben
                         niet

(S.C.)

XXXII

de geur
van twijfel en bemind zijn in
de schil

een neus voor duisternis
en dagen met een dunne huid

het rood van lust
vastgeniet met woede

het zijn vele levens,
kisten vol bewolking
met een duimbreed weelde
en rantsoen

(S.C.)

donderdag 18 december 2014


Lijm

niets blijft kleven als verlangen:
oogst en kriebels
moed om moed, de nasmaak van vervulling – ziek zijn
zonder koorts noch barsten in
de botten

daar woon ik dan,
tussen huis en nummer, in de moederschoot
der leegte zonder zitjes

in ’s levensmoeheid lente
die in weerwil niet met dood te rijmen valt
daar de liefde van titanium is
en blijft –        lijm snuif ik
                        in mijn
                        eentje
                        op

(S.C.)

zaterdag 13 december 2014

Stad (IV)

De flat- en huizenbrij,
stad gedoopt
tast de mondloop af: danst het tandsteen
op het ritme van de wegenswag
of blijft het dorpspuin op zijn tandvlees zitten?

Asfalt, randstad en gebouwen
bouwen muren rond de voeten, restjes
huid van leven met een polsslag metselen de voegen dicht

Pal in dit centrum, waar de ziel tot stilstand komt,
het hart onder gierende banden aan banden wordt gelegd
en de keel – de bedelaar - een schoorsteen wordt,

ronselen skyline en traditie figuranten

(S.C.)

vrijdag 12 december 2014

Lente, zomer, kut

hier leunt een hoofdje door een wolk
jong leert het de seizoenen kennen

de lente is het bloot met dunne wanden
en de zomer is een nicht,
een bronstig vers als vrouw verkleed

de herfst is winter
en de winter is de herfst op stelten:

zelfkant voor de mensen,
nieuwjaarswensen in een shoppingtas

(S.C.)