dinsdag 29 juli 2014

IV

iedere ochtend,
wanneer het licht haar messen slijpt,
word ik met de dag bestraft:

uit bed
            uit bad
                        naar buiten

immer weer de dodenmars
waar niemand ooit bij sterft

verveling brengt de stilte dichter,
fluistert loom dat tussentijd
geen vensters heeft noch deuren

iedere avond hoop ik
dat ik morgen eindelijk de tijd doden kan

maar nooit weet ik haar zwakke plek te vinden

(S.C.)