dinsdag 29 juli 2014

J(olig) I

Waar ik naartoe ga op die avonden,
naar jou, mijn kleine question mark,
daar houdt de stad haar snavel dicht

Het spoor knaagt
aan de wielen van mijn stuurman
maar dat heb ik dan eens bij jou gekomen
weer gehad

het kabaal herneemt pas
als de klok met afscheid schermt

Bij jou zijn alle ramen dicht,
de lakens warm,
begeerte ongeschonden

In jou woelt de passie woest
en houdt zich met de ogen toe
de waakhond koest

Met jou zijn de kussen onomwonden
en is ongeduld in uren arm

Veel beter dan dit ogenblik in taal ontvouwd
is het eeuwige van woord in beelden
want de liefde, onvoorspelbaar kreng,

bedrijf je niet met inkt

(S.C.)