dinsdag 29 juli 2014

Gent (II)

op breekbaar breedbeeld
staar ik naar koketterend drama
ik leg me, gewurmd in een wollige pyjama,
nog eens goed

buiten is een lach verspeeld
aan luchtkastelen

de gespleten stedeling molenwiekend met de armen
om de armen
houdt de handen dicht

hij rolt over knikkers die zijn huis verwarmen

die vertrouwde vreemdeling
is de goedzak die in mij de meelij steelt

(S.C.)