dinsdag 29 juli 2014

XI

vaak en vaak iets meer
ballen we het ongewisse tot een vuist

altijd
            nooit
                        voorgoed

ze zijn de beugels om de kneukels,
leiden mogelijkheden om de tuin

het ooit, dat kleine kekke kind
dat in de wachtkamer van gelukkig zijn
geduldig naar de deurknop staart

de soms, het ongeleide wicht
dat in de schaduw van haar wijzers zwalkt

en nog niet helemaal,
de bijna dan
die watertrappelt in een zee van tijd

(S.C.)