dinsdag 29 juli 2014

XVII - Gent (I)


niets aan deze stad is mondig

of,
tenzij dan,
het gekeuvel in een uitstalraam

beleefd draagt ze de tong op haar contanten
klopt haar woorden 8 tot 5

avondspitsen
schoppen namen in de goot
en uitlaatgassen lachen
om een boom, een akker en een bloem

met alle straten op een steenworp van ‘r hart
en alle tongen binnen
ademen haar buren naast elkaar

(S.C.)