zondag 24 augustus 2014

J(olig) X

Ze liep weg en ik liep dood in het achternagaan
Van wie dan wel? Het meisje dat het bed in mannen deelde,
katachtige bandieten  met de zaadcel op de tong

Nog steeds klemt elk ogenblik een plakboek tussen haar praatgrage
dijen terwijl haar lippen blijven zwijgen als vermoord

Ook ik heb met mijn hele hebben in haar mond gewoeld maar in dat hebben
zat zij nooit vervat. Zij behoort alleen haar eigen droombeeld toe

Ook vandaag – zonder enig teken van haar ogen zonder blik-
heb ik met haar de handen vol omdat ik achterblijf met lege handen,

handen die de liefde op een doodsbrief schrijven

(S.C.)