maandag 15 september 2014

J(olig) XVII


langsheen kalksteenwanden
dwaal je door het stadse bos
als nimf gekneed uit asbestdeeltjes

oude kiezels kruimelen je weg en
leggen blaren op je hielen bloot

je wortels tonen nooit hun tanden
en houden zo de aarde van je zolen los

waar dan
brengt jouw droom je heen
wanneer hij nergens uit ontspruit?

wie dan
wijst de plek aan waar je wonen
wil/kan, vast?

toch doorkruis je slaafs het woud der liefde
en haar lange, wild verschanste paden

nog vreemder, onontgonnen is haar navel
maar deren doet het niet

zij heeft zelf de voeten in de aarde

en haar aarde ligt aan je voeten

(S.C.)