maandag 15 september 2014

XXII

stel dat ik de zomer alsnog groet,
hoe zal de schors van de volharding kleuren,
zal ik ringen rijker zijn of logger?

mijn gebroken takken
en gerotte wortels door de winter
zijn één ding,

de splinters en het spaan
door lente in het hoofd gestampt
zijn erger

blindheid,
blauwe lucht en ijsjes

of nog erger liefde

die geduldig wacht
tot ik haar oppik
aan het einde van een eindeloze straat

(S.C.)