vrijdag 31 oktober 2014

Angst elders

je klopte – uit beleefdheid –
voor ik je buiten wilde houden

doordrenkt van winter plots
            (nochtans de herfst zong glad)
vroor het angst in mijn gespalkte aderen

één verpozing, één achteloze
halsknik en daar lag je weer: voeten lomp op tafel,
besmeurend mijn hermetisch blad uit zon

herschreven las je je gezicht voor
elke wimper had ik al duizend maal gehoord
de wervels wrongen,
't beven kefte:

engnek
schobbejak
ga elders angsten!

(S.C.)