woensdag 22 oktober 2014

Door het oog van de pil


ze heet hen en niemand welkom,
namen noemt ze niet,
ze houwt algauw
een beeld uit hun gezicht

een blik dolt, rolt in koude klei
niks
kan ‘r kijkspel mollen

ook de zoete woordvloed
niet,

         koel
         door de slikken
pap

ergens - ginder (?)
leunt een oor uit haar geweten
         en zo hoort het niet

wie?
wat?

(S.C.)