zondag 16 november 2014

XXIX


U, zwart gat
met holle vuisten,
mens
luidop vanuit de buik

wat schaft is de gedachte
U, gevallen hunkeraar
en ik, verstoten en geloosd:
twee hemelvegers samen

onzer straatplan is de goot,
de goot het bed
waarin we neuken met koud leed

U
en ik,
met dode hoeken rijzend lachen wij

het volk
gebruikt daarbij de lippen

(S.C.)