maandag 3 november 2014

XXV


neem geen aanstoot aan mijn stappen, pad
jouw aarde ken ik niet
noch babbel ik in stenen

tussen ons ligt het plafond,
verdiep van hoofdpijn en gedachten

elke richting lacht om mijn kompas,
schatert als mijn bangheid kwijlend naar de snelheid
kijkt

ik stok,
mijn adem blundert

daar beneden loopt mijn vrouw het onderweg zijn tegemoet,
steeds verder, verder weg

mijn ogen vraag ik:
word ik nu benauwder of zij nauwer?

(S.C.)