dinsdag 11 november 2014

XXVII

wat bederft,
welk geluk snijdt in het vlees?

ik dommel

bed en lakens weten
dat zij ’s nachts
door anesthetisch rood omsingeld zijn,

dat dromen niet bedriegen
maar bedriegen languit droomt

van rijzig bloot,
verbeeldingskracht op hakken,
harten kortgerokt

al die liefde wacht geduldig op een bankje
in de weergalm van te wakkere slaap

(S.C.)