maandag 16 februari 2015

J(olig) XXII

je vlucht steeds
naar neen ik ben het niet
naar huis – knus nergens
(nergens is het beter)

ontvreemd laat je me staan
je lege handen in mijn handen
en je hartstreek in mijn oren bruut 

als je terugkwam zou je gaan
zou je de spiegel stuk slaan met de blote tong
vast zou je zeggen: ik zeg niets 

ik vraag je
van het antwoord zwanger
als ik verder achteruitloop

komen we elkaar dan tegen? 

(S.C.)