dinsdag 12 mei 2015

Lang leve de weg

langs de weg vertoef ik
in de marge blijf ik klein
en nietig, de passanten groot
met karrenvrachten liefde
na de kim vervallen
tuffen zij

monden razen me voorbij
en files met de ware claxonneren

mijn twee oren worden schelpen
en mijn ogen tollen bij dit loopse goud
accelererend

niemand die wil stoppen,
ook de tijd zit al in vijfde, remmen zal ze niet

alleen mijn sterfelijkheid vertraagt
en biedt een lift aan naar de allerlaatste bocht

(S.C.)