vrijdag 1 mei 2015

Nachtkarkassen I

ogen,
monding van de droom
waar tijd en zonlicht rijmen,
waar ooit sterven
rijpt

blijf dicht,
verwijd niet    iris

knip het licht aan in de schedel
en verkas

hier tongen werelden
en worden goden mild

hier zijn woorden roder
en de tafelhoeken
rond

hier sneeuwt het ’s winters liefde

en worden alle bomen blond

(S.C.)