maandag 27 juli 2015

Spiegellucht

Door de glazen deur
zag ik mijn spiegelbeeld
Ik liet haar binnen, wie ben jij?
Mijn hebben of ikzelf?

Heb je iemand mee
of kwam je in mijn eentje?

Ja dat dacht ik al: alleen ontwaken,
lippen zwetend van de droogte
Niemand die me aankijkt nog, behalve wij,
een ziel en tweelingzus: de leegte

Liefde heeft haar beeltenis geruild
voor doofstom licht, we kijken naar elkaar
en zien: hier niets te zien

Denk je mee naar lucht
in mond op mond? (wij toen nog
met z’n vieren)

In elkaar herinneren
vinden we misschien een tweede adem
wel (wie niet?)

(S.D.S. & S.C.)