woensdag 18 november 2015

V(aneigens) IX

Jij, stille wacht
en schuilend vuur
Jij die de dag definitief maakt,
elke nacht de uitloop
en de ochtend het dessert, de geur
en smaak van lippen
die geen uitgang zoeken
en de tijd buiten onze muren rijpen laat
daar binnen wonen wij
en wij met niemand die in alle schoonheid delen mag
deuren tederheid wijd open, vensters huid
waardoor we schaamrood zien
maar binnen rode gloed

Jij bent de kamer in het bed, de hemel
die ik met wolk en opiumblauw verslind

(S.C.)