woensdag 25 november 2015

V(aneigens) X

Ik sprak
En jij

Jij zweeg aan één stuk door: het frisse gras,
de geur van ’s morgens zingen
Ogen ook,
die fonkelen bij het zien van repen zon
de huid die daarbij watertandt

In één ruk door ging je
naar je ware ik over: vol afwezig. Staren,
lippen luw
en tong gefreesd

De optie op gesprek werd niet gelicht

Mijn woorden luisterden niet verder meer naar
mijn relaas. Ze werden bleker,
door het zand verzwolgen van jouw eenzaamheid
waarin je zelf de zwerver bent

Plots klonk ik hou van je,
één keertje
maar het was genoeg om in jouw mond een stem te vinden

(S.C.)