donderdag 10 december 2015

Getiteld gedicht

Kamer vol lawaai
volume hard, tot in de eenzaamheid
gevuld. Horloges zingen
over blowende seconden
en een uur dat haar woorden heeft teruggenomen

Dagen lijken kleiner dan mijn bed,
ik kan de ramen horen zwijgen, stilstaand weer
geen druppel uitzicht buiten, nee
kakofonie van afonie
en dood die klinkt als enzoverder/enzovoort

Tijd heeft warm hier binnen, praat vrijuit
en luistert. Buiten hoort zij niet, zij wordt er door geluk
verdoofd

Ze fluistert dat ze - net als
mij- uit haar verliezen niet kan kiezen

(S.C.)