woensdag 16 maart 2016

V(aneigens) X

Het wolkgewicht
voor de druppels, de gedachte
voor ze van de klankklif springt
die stilte toonde je 

Je had me vast maar nodig niet
die stilte sprak je 

Met de vingers in het dal, het dal dat bot ving
bij je ondergaande nek,
die stilte leed je 

Folie-overdekte moed en in het vriesvak
koel gehouden vlinders, slechts die stilte
hield als enige haar woord
maar hield het stil (boekdelen bleven op de plank) 

Die stilte
die het woord ontsprong; uitzicht op maar enig inzicht,
die naam en toedracht in de wilgen hing
en toegangswegen naar de zondvloed zond, 

die stilte liet tienduizend spelden in mijn oren vallen

(S.C.)