dinsdag 26 april 2016

Getiteld gedicht (V)

Slaapdronken door jouw wild
op diepe grond gebrand
het liefste
met beladen lange benen,
onbeleefde lippen –
wegens geen geduld –
en kluiten zweterige drift half elders,
gloei ik en wildgroei ik
op een koude rots, de wangen in zichzelf gekeerd
Verlangen, paren, passie
Zonder handen
Zonder branding
In de schaamstreek van jouw vlucht
laat ik de vingers glijden. Langzaam loop ik in de val
naar een verstoten hoogtepunt. Boven
lig je in het andere bed
d
            w
                        a
                                   r

                                               s

(S.C.)