woensdag 25 mei 2016

Getiteld gedicht (VIII)

Je bent geluid
Met sleet op, een verdwaalde vinger in de lucht
Een aanblik
Die piepende geluiden maakt

Het as glijdt steeds meer door mijn vingers
Bijna
Is het weg zijn weg of niet?
Voel ik op de schouders nu de traagheid van verdriet,
De koude valwind van verlies?
Vast zijn het nachtstrapatsen
Of verstrooiing – tegen
Alle wind in

Vast krankzin-
speel ik op mijn ruggeloze lood:
dat er leven is vóór de dood

(S.C.)