zaterdag 30 juli 2016

Amor

Is zij de witte vlek,
Het bijbelbrede landschap
In het zwart
Met stip aangeduid, de blinddoek
Die zich door de eigen vingers ziet

Ze komt (te pas)langs
In verschillende gedaanten

Ongegrond
Plakkerig vaak, met scheurbuik-
Anemonen
Met dezelfde naam
Als ‘t puin van gisteren
Dat stilletjes door de wervels kruipt

Mocht ik haar kennen
gaf ik ‘r de bons terug
En maakte ik de mondvol leeg
Door niet meer kruiperig, belazerd
uit haar hand te eten

(S.C.)