dinsdag 11 oktober 2016

Nacht (II)

Iedere terugweg tel ik af
tot niets overblijft dan dromen
over een vertrek
een afscheid dat ontmoeting voor was

Tot rot pulp sla ik de bochten
in de stegen van de vlucht
en kauw op klaverbladen
met een zwarte kleur

’s Nachts ben ik bang
dat ik uit al het lelijke uitgerekend
voor de liefde heb gekozen

Tijd
dat ik de rookgordijnen sluit
en verder roerloos in de dood blijf roeren

...denk ik dan

Ik ben verdwenen en ik leef verdomd zo lang

(S.C.)